Life’s good

arsenicOp de aarde is het goed toeven voor legio levensvormen. Virussen, bacteriën, schimmels, varens, madeliefjes, sponzen, kwallen, zeekomkommers, platwormen, duizendpoten, zakpijpen, stekelbaarsjes, salamanders, gekko’s, luiaards, hoatzins en mensen houden het hier allemaal prima uit. Niet toevallig, want de omstandigheden op onze planeet zijn – zeker als je die vergelijkt met die op, zeg, Venus – bepaald niet onvriendelijk. Er is water, er heerst een behaaglijke temperatuur en er hangt een atmosfeer met aangename gassen die bovendien vervelende kosmische stralen buiten de deur houdt.

Al die honderdduizenden verschillende soorten organismen op aarde stammen af van een en hetzelfde oerorganisme. Hoe dat prille organisme precies is ontstaan en hoe het er uitzag weet niemand, maar dat alles wat hier rond krioelt van dat ene organisme afstamt, is zeker. Want alle aardse levensvormen hebben hetzelfde genetische legostukje in zich: DNA. En dat DNA is in alle levensvarianten samengesteld uit dezelfde elementen: waterstof, koolstof, stikstof, zuurstof, fosfor en zwavel.

Ergens in een vervuilde plas in Californië schijnt een bacterie te wonen waarvan het DNA arseen blijkt te lusten in plaats van fosfor. Van het nieuws werd kond gedaan door de NASA, maar had evengoed door de plaatselijke biologiejuf kunnen worden gebracht. De betreffende bacterie is er namelijk gewoon eentje van het huis-tuin-en-keukensoort die zich heeft aangepast aan de arsene omstandigheden ter plekke. Ook al zou hij dat tot diep in zijn binnenste hebben gedaan, hij vertoont daarmee niet meer dan wat andere organismen doen: zich aanpassen aan veranderende omstandigheden.

Arseen is erg nauw verwant aan fosfor. Beide elementen behoren tot dezelfde groep in het periodiek systeem en schurken chemisch gezien innig tegen elkaar aan. Er is dus geen enkele reden om dik te doen over deze ontdekking. De bijbel en de biologieboekjes hoeven niet herschreven te worden. Pas echt spectaculair zou het zijn, indien de bacterie in kwestie een geheel nieuwe vorm van leven zou zijn, onafhankelijk ontstaan van de overige levensvormen op aarde, een nieuwe genesis.

Ook vanuit astrobiologisch oogpunt bezien, is het gegeven dat arseen deel uit kan maken van de elementaire puzzelstukjes des levens van weinig waarde. Het maakt de kansen om groene mannetjes te vinden in het universum er niet veel groter op, want arseen komt in de kosmos veel minder voor dan fosfor. De kans dat er ergens een ET een traantje wegpinkt wordt in de eerste plaats bepaald door het feit dat er waarschijnlijk miljoenen, zo niet miljarden – aardachtige of andersoortige – planeten zijn met omstandigheden die gunstig genoeg zijn om er leven te laten gedijen.

Alhoewel. Hoe komt het eigenlijk dat er op onze aarde – dat uiterst gunstige plekje in het heelal – niet meer opzichzelfstaande levensvormen zijn ontsproten, onafhankelijk van de bestaande levensvormen? In al die miljarden jaren aardgeschiedenis is – voor zover bekend tenminste – maar één keer leven ontstaan, ondanks de grotere variatie in metabolische bouwblokjes die mogelijk lijkt.

Dat zoeken duurt nog wel even.