Alle berichten van Rob van der Staaij

Hoog en droog

Vrienden van mij zijn ooit van de Randstad naar Drenthe verhuisd. De belangrijkste reden hiervoor was een verandering van werkkring, een van de meest voorkomende redenen om te verhuizen. Andere bekende redenen om te verhuizen zijn veranderingen in de gezinssamenstelling, het streven naar een meer aantrekkelijke woonomgeving of om de woning zelf.

Meer natuur, meer rust, meer privacy en meer ruimte waren voor mij de redenen om in 1997 naar Drenthe te verhuizen.
Maar sindsdien ben ik me bewust geworden van een extra voordeel van het wonen in Drenthe. Deze provincie ligt namelijk voor het overgrote deel boven NAP, de plek waar ik woon ruim vijftien meter. Ik kan het bijna letterlijk zien aan het peil in de oude waterput op mijn terrein.

DSC_0512

Af en toe is er weer eens een item op de televisie over klimaatverandering en overstromingen. Deze nemen toe, in Europa en in Nederland. Dat die klimaatverandering voor een belangrijk deel door mensen wordt veroorzaakt, wordt door bijna niemand die zich serieus met dit onderwerp bezighoudt meer betwijfeld, zelfs niet door staatshoofden.

Het grootste deel van Groningen, Friesland, Flevoland, Zeeland en zo’n beetje de hele Randstad liggen ruim onder de zeespiegel. In het geval van een plotselinge ramp, zoals een dijkdoorbraak, een flinke storm, hevige regens of sabotage van een gemaal (hoe goed zijn die dingen eigenlijk beveiligd?), maar op den duur wellicht ook door een versnelde stijging van de zeespiegel – dat poolijs blijft tenslotte maar smelten – zou het wel eens kunnen dat je huis daar, tijdelijk of permanent, blank komt te staan en je je biezen moet pakken. In de Bosatlas zijn de bewuste gebieden in paars weergegeven, de kleur die je krijgt wanneer je te lang in koud water ligt.

Indertijd speelde de klimaatverandering nog geen enkele rol bij mijn overwegingen om naar Drenthe te verhuizen. Ik was het me zelfs helemaal niet bewust. Maar de eerdergenoemde vrienden, die veel recenter verhuisden, namen het wel degelijk mee in hun overwegingen. Zij verhuisden van vier meter onder NAP naar twintig meter boven NAP.

De keuze bij de aanschaf van een huis heeft een extra dimensie gekregen.

Ken ik jou ergens van?

Mijn schoonmoeder heeft – anders dan veel andere schoonmoeders en grootouders die voortijdig in een verzorgingstehuis zijn begraven – een uitgebreid sociaal netwerk. Van tijd tot tijd krijg ik een update van haar. Dan is bijvoorbeeld de nicht van de moeder van een van de schoolvriendinnetjes van mijn dochtertje getrouwd. Of de boer uit de oude boerderij aan de weg naar het naburige dorp is ernstig ziek. Wanneer ik dan antwoord dat ik die mensen helemaal niet ken, reageert ze met enigszins verontwaardigde verbazing. Ik woon toch in dezelfde omgeving?

Mijn schoonmoeders’ sociale netwerk is veel uitgebreider dan het mijne. Dat komt in de eerste plaats omdat zij een stuk ouder is dan ik. Hoe langer je leeft, hoe meer mensen je leert kennen. Zo eenvoudig is dat.
Maar er is nog een verschil: het sociale netwerk van mijn schoonmoeder bevindt zich vrijwel geheel binnen de contouren van één streek. Het mijne strekt zich uit over heel Nederland en daarbuiten.

Terwijl ik mijn, geringere, sociale netwerk moet registreren met behulp van mijn mobiele telefoon en mijn e-mailadreslijst om het te kunnen bijhouden, zit dat van mijn schoonmoeder bijna helemaal in haar hoofd.
Veranderingen houdt ze feilloos bij. Die bestaan uit geboortes, huwelijken, echtscheidingen, verhuizingen, ziektes en overlijdensgevallen. De veranderingen in mijn sociale netwerk bestaan voornamelijk uit wijzigingen in contactgegevens of simpelweg uit het wel of niet meer deel uitmaken van mijn netwerk.

De verschillen in de sociale netwerken van mij en mijn schoonmoeder illustreren het verschil tussen de oude tijd en de moderne tijd. Tussen vroeger, toen mobiliteit zich nog voornamelijk te voet en binnen een straal van enkele kilometers afspeelde, en nu, waarin mobiliteit mondiaal is en met snelle en moderne technieken plaatsvindt.

Maar ze illustreren vooral de verschillen in sociale interactiviteit. Toen, in de tijd dat de bevolkingsdichtheid en de maatschappelijke verschillen nog beperkt waren, door middel van een praatje op straat. Nu, in de tijd dat de samenleving een verstikkend en divergent mierennest is, door middel van (bijna) anonieme communicatiemiddelen.

Mag het ietsje meer zijn?

Vaak bel ik vanuit de auto even naar huis om te laten weten dat ik onderweg ben. Tijdens zo’n telefoongesprek komen ook de gebruikelijke alledaagsheidjes aan bod. Ik vraag altijd of de post nog iets interessants heeft gebracht en wat we die avond zullen eten. Ik ben een groot liefhebber van koken, maar omdat ik doordeweeks meestal laat thuis ben, kan ik deze hobby gewoonlijk alleen in het weekeinde uitoefenen.

‘Pampasteak’ was eenmaal het antwoord. Onmiddellijk kreeg ik visioenen van een weelderig stuk vlees dat ik tot dan toe slechts in tekenfilms had gezien en waarvan de westzijde en de oostzijde zich tot over de randen van mijn bord uitstrekten om op de tafel tot rust te komen. Rechtschapen Zuid-Amerikaanse gaucho’s hadden met de meeste toewijding runderen op uitgestrekte vlaktes laten grazen, vol met kruidige grassen en andere wilde planten, teneinde mij van deze malse, dieprode en aromatische compositie te kunnen laten genieten.

De ontgoocheling die zich van mij meester maakte toen ik bij thuiskomst een stukje varkensvlees ter grootte van een bankpasje op mijn bord zag liggen, moet direct worden vergeleken met de teleurstelling die Napoleon te verwerken kreeg toen hij zich realiseerde dat hij toch niet heerser van Europa zou zijn.

Om te beginnen vind ik dat een slager die een stukje varkensvlees van tachtig gram pampasteak durft te noemen, beboet zou moeten worden wegens misleiding. Maar veel essentiëler is de vraag hoe het komt dat de stukken vlees in Nederland zo klein zijn. Het vlees dat in de vitrines van Nederlandse slagers ligt en dat geserveerd wordt in Nederlandse restaurants is twee tot vijf keer zo gering in omvang als in andere landen. Stapt u maar eens binnen bij een willekeurige slager in Duitsland of Italië of gaat u maar eens eten in een steakhouse in de Verenigde Staten en u zult het zien.

Een van de oorzaken is wellicht dat alles in Nederland klein en kneuterig is. Die stukjes vlees zijn gewoon een zoveelste exponent van de Nederlandse petieterigheidscultuur, net als onze huisjes, tuintjes en keukentjes.

Maar een andere oorzaak is de antivleeslobby. Geen land ter wereld waar zich zoveel antivleesactivisten roeren als in Nederland, het assortiment vleesvervangende producten vult tegenwoordig met gemak een complete supermarktschap en in elke nieuwe schijf van vijf wordt het vlees verder weggemoffeld.

Vijanden van het vlees beweren dat vlees niet tot het natuurlijke voedsel van de mens behoort en dat het slecht verteerbaar is. Maar bij elke vindplaats waar resten van hominiden worden opgegraven, liggen steevast ook resten van prooidieren en isotopenonderzoek laat zien dat vele vroegere mensachtigen, zoals de Neanderthaler, zelfs vrijwel uitsluitend vlees aten. Een vergelijking van de spijsverteringsstelsels van herbivoren en carnivoren leert bovendien dat plantaardig voedsel heel wat lastiger verteerbaar is. Of wilt u soms beweren dat een koe die vier magen voor de sier heeft?

Als troost heb ik die zaterdagavond een ribeyesteak van 750 gram voor mezelf bereid, al moest ik een ware queeste uitvoeren om die in handen te krijgen.